Hazeuliederen zijn liederen, die, zoals de naam al zegt,  gemaakt zijn door Johannes Hazeu.  Johannes Hazeu Corneliszoon werd op 15 februari 1754 te Schoonhoven geboren. Hazeu was later in Amsterdam werkzaam als dichter, boekhandelaar, drukker en  uitgever. Hij schreef een groot aantal werken, waaronder veel boekjes voor kinderen. Ook berijmde hij de Heidelberger Catechismus. Door zijn tijdgenoten werd Hazeu niet als volwaardig dichter gezien. Het merkwaardige is echter dat zijn liederen nog steeds gezongen worden terwijl veel tijdgenoten vergeten zijn. Hazeu overleed in Haarlem op 25 november 1834.

 

De volledige titel van de boeken waaruit op ons koor gezongen word luidt: 'Nieuwe Stichtelijke Liederen, voor de huisgezinnen en gezelschappen der Christenen: door Johannes Hazeu, Cs. Zoon. met nieuwe gecomponeerde Zangwijzen, die, even zoo gemaklijk als de Psalmen, gezongen en gespeeld kunnen worden. door  Dirk van der Reyden, Ns. Zoon.' Hiervan zijn 2 delen verschenen. Deel 1 in 1806 en deel 2 in 1818. Klik hier voor een afbeelding van de titelpagina van de eerste druk van de beide boeken. Kik hier voor de complete voorrede en de 'noodige (voor)berichten' uit beide boeken. 

 

De Hazeuliederen vonden een goed onthaal, blijkens de vele herdrukken die er geweest zijn. Al eerder had Hazeu liederen gemaakt, die gezongen konden worden op psalmwijzen. Een aardig detail is dat hij daarbij verwees daarvoor naar het vierstemmen-psalmboek, dat toen al enkele tientallen jaren in de omloop was. Nu echter koos hij ervoor om de liederen van een wijs te voorzien. Daarvoor vroeg hij hulp aan Dirk van der Reyden, Ns. Zoon uit Rotterdam, die alle liederen een wijs meegaf. Hij zorgde er daarbij voor, dat de liederen  ‘even zoo gemaklijk als de Psalmen, gezongen en gespeeld kunnen worden.’ Omdat er blijkbaar behoefte was aan een vierstemmige zetting, besloot het zanglievend gezelschap te Steenwijk in 1810, dus 4 jaar na de eerste druk, de liederen op vier stemmen te zetten. Dirk v.d. Reyden nam de correctie op zich. Toch is dit niet de vierstemmige versie die bij ons op de vereniging in gebruik is. Klik hier voor het voorwoord en het eerste lied uit de Steenwijker druk. In 1818 werd namelijk een geheel nieuwe vierstemmige zetting gemaakt, die het opschrift meekreeg ‘nieuwe compositie’ en waaraan de naam van schrijfschoolhouder en zangmeester B. Smit verbonden is. De vierstemmige liederen van Hazeu hadden echter maar één vers, terwijl de oorspronkelijke druk vele extra verzen had. In later tijden besloot men dan ook lange boeken te maken, (op de voorkant vaak gesierd met het bekende scheepje) waar ook weer extra verzen bij stonden. Hooguit vier extra verzen vonden daarbij een plaatsje onder vers één, terwijl de oorspronkelijke uitgave liederen heeft met soms wel twaalf verzen. Het algemeen verspreide lange boek, is dus verre van volledig en mist vaak het verband tussen de verzen. Zoals gezegd zijn de boeken vele malen uitgegeven. Vaak is daar de naam van uitgever Römelingh uit Groningen aan verbonden. Die de delen zowel los, als bij elkaar uitgaf. Later werden de boeken ook op andere plaatsen uitgegeven. Aardig detail is dat de boeken ook zijn uitgegeven door Boekhoven uit Sommelsdijk (zie foto).  Minder aardig is, dat deze boeken talloze fouten bevatten. En nog minder aardig is dat het soms voorkomt dat juist deze boeken, door het ontbreken van een druk, worden verkocht alsof het een eerste druk betreft! 

Al langere tijd bestond er behoefte aan nieuwe boeken, het probleem echter was dat ze niet meer werden uitgegeven. Door kopiëren werd de kwaliteit steeds slechter, bovendien bleken er een aantal fouten en onduidelijkheden in de verschillende boeken te staan. Verder bleek uit naspeuringen in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag dat er oorspronkelijk veel meer verzen waren. Daarom werd er in de jaren 2005-2008 gewerkt aan een complete heruitgave in eigen beheer. Hierbij werd er niet gekopieerd, maar zijn alle nootjes en de bijbehorende tekst in de computer gezet. Dit resulteerde uiteindelijk in unieke Hazeubundels (de 2 delen gescheiden) die zowel vierstemmig zijn, als alle verzen bevatten en dat is nog nooit eerder voorgekomen! Daarbij is gepoogd om de uitstraling zo authentiek mogelijk te houden, zo is bijv. gekozen voor kantige nootjes met en zonder stok. Voor een afbeelding van een pagina uit dit boek, klik hier. (als u meer wilt weten van de werking van dit notensysteem op C-Sleutel, kunt in het menu kiezen voor Repertoire >Psalmen uit het vierstemmenboek). Momenteel zingen, -zover wij weten- slechts 2 koren in Nederland de Hazeuliederen, te weten: ‘De Hazeuzangers’ uit Zwolle en omstreken en ons koor. Tot voor enkele jaren werden de Hazeuliederen ook door het koor 'Oud-Hallelujah' te Urk gezongen, maar dit koor is opgehouden te bestaan.  Het koor van Urk heeft rond de beginjaren ’70 een aantal grammofoonplaten uitgebracht waarop ook Hazeuliederen te beluisteren zijn. Klik hier voor een afbeelding van hoes van deze LP's. Als deze herkenning oproepen, komt het volgende muziekfragment u waarschijnlijk ook bekend voor. Gezongen wordt Hazeulied 33 uit deel 1:

O Golgotha!

Zo vol genae,

Door Jezus bloed geheiligd;

Uw dorre grond,

Droeg 't vreeverbond,

Dat onze ziel beveiligt.

 

 

Voor meer info over de verkrijgbaarheid van deze opnames kunt u een mailtje richten aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Halverwege de jaren '90 hebben de koren van Urk en Zwolle gezamenlijk een tweetal CD's gemaakt, waarop ook een aantal Hazeuliederen staan. De titels van deze CD's luiden:  'Troostrijk uitzicht' en 'Die Hem ter ere zingen'. Deze CD's zijn sporadisch nog in de reguliere handel te verkrijgen. Verder zijn er maar weinig (officieel uitgegeven) geluidsdragers met Hazeuliederen. Op internet zijn er op de liederenbank enkele te beluisteren. In ons bezit zijn opnames uit de jaren '70 van de vorige eeuw, van de koren van Herkingen, Middelharnis, Nieuwe-Tonge en Ouddorp, waarop Hazeuliederen worden gezongen. Deze opnames zijn tijdens uitvoeringen gemaakt. Verder hebben we nog enkele opnames van het koor 'Psalmzingt' te Waarde die oorspronkelijk op 2 MC's zijn uitgegeven. Hieronder kunt u van deze opname Lied 22 uit deel 1 met de titel 'Eerste Kers(t)-Zang' beluisteren. De volledige tekst van dit lied luidt: 

 

Deed Augustus 't volk vergaeren,

Hij doorgrondde 't Godsplan niet;

't Heilgeheim moest zich verklaaren,

Onder 't woord van zijn gebied;

Niemand dacht aan achterblijven,

Caesars woord werd trouw volbragt;

Maar wie had, bij dit beschrijven,

Zulk een heilig kind verwacht?

 

 

Meer info over de verkrijgbaarheid van deze opnames kunt u ook via ons mailadres verkrijgen.

 

Dan nu nog iets meer over de inhoud van liederen van de beide delen. De onderwerpen van de liederen bestaan uit tal van (Nieuw-Testamentische) onderwerpen. Daarin is een zekere volgorde te ontdekken. Zo begint deel 1 met een lied over 'Het Opperwezen' Die alles geschapen heeft, dus in feite over de schepping. Daarna over de onderhouding van de schepping, de zondeval en zondebesef en vervolgens ook de toekomst van de mens. (We kunnen de verleiding niet weerstaan om af en toe wat te citeren). Lied 8 heet: 'Onze bestemming' en luidt als volgt:

 

1. Gevoel, o Mensch! wat waarde God u geeft;

Waartoe Hij u het leven heeft geschonken;

Hij wil in u het liefdevuur ontvonken

Voor Zijnen dienst, opdat gij eeuwig leeft.

 

2. Deez' aard' is slechts het reispad voor uw' voet;

Gij zijt, o Mensch! voor d'eeuwigheid geschapen:

Zoudt gij u dan aan 't schijngenot vergaapen,

En derven 't heil van 't onverganglijk goed?

 

5. Verspil geen' tijd, zoo kostlijk in Gods oog;

Uw leven moog' een reeks van jaaren duuren;

Maar, ach! hoe ras verliepen dagen, uuren,

Waarvan 't genot in d'eeuwigheid vervloog!

 

7. De weereld lokt, en, ach! het hart bedriegt;

De zonde wijst ons dikwijls roozenpaden,

Die, bij 't betreen, ons met haar doornen schaaden,

Terwijl de tijd des levens henen vliegt.

 

Deel 1 vervolgt met een aantal eigenschappen van God. Daarna gaat het over een Christen en de Christus. Zo heet lied 20 -waarschijnlijk één van de bekendste liederen- 'Jezus de waare Middelaar', waarvan vers 1 luidt:

Ik heb nu voor mijn zonden,

Mijn schuld, zoo eindloos groot,

Een' Middelaar gevonden,

Een' rein Natuurgenoot;

Die vrij van overtreeden,

In lichaam  en in ziel,

Heeft voor mijn schuld geleeden,

Daar ik in Adam viel.

 

Vervolgens komen we bij de Heilsfeiten, achtereenvolgens Kerstfeest (lied 22-24), Paasfeest (lied 27-43) waarbij bijvoorbeeld alle kruiswoorden de revue passeren. Dan Hemelvaart, (lied 44) en Pinksteren (lied 45). Deel 1 sluit af met nog wat verspreide onderwerpen zoals het avondmaal, de zondag en de biddag, om af te sluiten met een 'Hemelse opwekking', (lied 54) waarin Hazeu ons nog -vol ernst- toeroept: 

4. Het hart in den Hemel;

Dit rustloos gewemel,

Ontzinkt in den nood.

Al wat wij hier zaaien,

Dat zullen wij maaien,

In 't uur van den dood.

 

De wijzen van de liederen van deel 1 zijn wat eenvoudiger dan de wijzen van deel 2. Hier is bewust voor gekozen, zoals in de Voorredes te lezen is. Verder is het soms opmerkelijk hoe de wijs aansluit bij de tekst. Een voorbeeld hiervan is een regel uit Lied 44 over 'Jezus Hemelvaart' Hier horen we de wijs omhooggaan, zoals Jezus omhoogvoer naar de hemel. 

  

12 jaar na het eerste deel, kwam in 1818 ook het tweede deel uit. Dit deel begint met liederen over het allervolmaakste gebed, het 'Onze Vader'. (lied 1-8). Vervolgens komen er een aantal verschillende onderwerpen aan de orde, zoals bijv. over eenzaamheid en het geweten. Lied 18 draagt als opschrift: 'Tegen de zorg der toekomst'. Coupletten van dit lied lenen zich uitstekend om voor te dragen bij bijvoorbeeld een gelegenheid als een jubileum of een afscheid.  

 

1. Zorgt niet voor den dag van morgen,

Stervelingen! Hoe ’t ook ga;

God blijft voor de toekomst zorgen,

Wacht alleen op zijn genae’.

’t Zorgen kan geen leed verhindren,

Wat ons in de toekomst beid’,

Niets doet meerdren noch vermindren,

In den kelk ons toebereid.

 

2. Regens stroomen, stormen loeien,

Donders klaatren om ons heen,

Ginds doen zij de velden bloeien,

Hier, hier baaren zij geween.

Zinneloos zijn al de zorgen,

Voor de dag die nog niet is,

Want, voor iedren nieuwen morgen,

Baart de toekomst duisternis.

 

4. God, Die d’ aard’ uit niet deed worden,

Buiten wien geen ding bestaat,

Schreef ook ’t plan van eeuwig’ orden,

Dat Hij nimmer vaaren laat.

Niets is in dat plan vergeeten;

Al wat is, of weezen zal,

Is gewoogen, afgemeeten,

Tot de slooping van ’t Heelal.

 

5. Zwakke Mensch! zoudt gij dan waanen,

’t Plan te kennen van uw’ God?

Weten, hoe veel vreugd’ of traanen,

Hij gehecht heeft aan uw lot?

Zorg niet voor de dag van morgen,

Iedre dag draagt eigen leed;

Werp alleen op God uw’ zorgen,

Die geen miertjes zelfs vergeet.

 

In lied 22, genaamd 'De welgemoede Grijzaart' bezingt Hazeu een verschijnsel dat we tegenwoordig waarschijnlijk zouden bestempelen als dementie: 

 

3. 't Geheugen laat mij steeds verlegen,

't Wijst mij slechts d' afgeloopen baan.

(...)

Slechts als de laatste flikkeringen

Van 't kaarslicht, dat naar 't einde spoedt,

Zijn mijn verstandsontwikkelingen,

Vaak kort van duur voor mijn gemoed.

 

Daarna volgen een aantal liederen gedicht over bepaalde gelegenheden. Over oudjaar en nieuwjaar, over de seizoenen, oorlog en vrede, vervolgens een aantal losse onderwerpen en vanaf lied 38 gaat het over de eeuwige toekomst. Bij lied 40: 'Onsterfelijkheid' is het weer opvallend hoe wijs en woorden overeenstemmen. U kunt hier een opname beluisteren van de eerste 2 verzen, die we in april 2011 met ons koor maakten. In de tekst gaat het over een 'dartelende vlinder', in de wijs is dit als het ware terug te horen.

 

De volledige tekst luidt:

1. Zou de mensch, voor korte stonden

Levens, hier op aarde zijn,

Slechts bestemd voor droefenissen,

Moeite, zorgen, angst en pijn?

Of in wellust, vreugd te smaaken,

Als een vlinder, kort van duur,

Die zich dartlend' ziet verzwolgen,

In de werking der natuur?

 

2. Neen, d'onsterflijkheid geeft waarde

Aan den mensch, tot hooger doel;

Leert hem vroeg omzichtig wandlen,

In dit ondermaansch gewoel.

Zij, die hunn' bestemming kennen,

En wie leven Christus is,

Zullen voor den dood niet vreezen,

Ziend' op d'eeuwig erfenis.

 

 

 Deel 2 sluit toepasselijk af, met één van de meest gezongen Hazeuliederen, 'Troostrijk uitzicht'. Dit lied dat 3 verzen telt, geven we hier tot slot nog weer.  

 

 Zie ik, op ’t eindperk van mijn leven,

Op mijn toekomstig zalig lot,

Zou mij dan dood en graf doen beeven,

Doen siddren voor mijn’ Heer en God?

Neen: reeds ontrukt aan zondenlusten,

En voor den Hemel toebereid,

Kan niets mijn’ kostbre ziel ontrusten;

’k Sla vrolijk ’t oog in d’ eeuwigheid!

 

Daar vloeien bronnen, kabblen stroomen

Van wellust, die geen grenzen ziet;

Daar wordt geen’ bangen traan vernoomen,

Die van verbleekte wangen vliet;

Daar hoor ik dan de hallels zingen,

Der reinste dankerkentenis;

Daar zal ik, bij de hemelingen,

Mijn’ Jezus zien, gelijk Hij is!

 

Hier mensch, dáár zal ik engel weezen,

Omstraald met vlekloos heilig licht,

Van alle zondensmart geneezen,

Verheerlijkt voor Gods aangezicht!

O troostvol uitzicht! zielsverlangen!

’k Roem eens, bij ’t sterven, Gods Genaê’;

Die mij de heilkroon doet ontvangen,

Die Jezus kocht op Golgotha!

 

Heeft u belangstelling voor geluidsopnames van Hazeuliederen of voor de bundels? Laat het ons weten via ons mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.